jack@jack-janssen.nl

Safari

 

Safari

Als kind zag Jack Janssen (1960) de 8-millimeter filmpjes die zijn vader in de jaren vijftig in Afrika maakte. Schokkerige beelden van masai-krijgers en wilde dieren. Nieuwsgierig naar de verhalen achter de beelden, vertekt hij naar Kenia. Op safari. Een lokale gids wijst hem de weg.

De documentaire bestaat uit drie verhaalniveaus. De oude home movies zijn vermengd met een portret van hedendaagse Masai, die met moeite rond weten te komen in een wildpark. Daar tussendoor fragmenten met oude avonturenfilms, waarin Afrika wordt afgeschilderd als een woest land vol hongerige beesten.

In het Keniase wildpark Amboseli ontmoet Janssen een Masai die als kind werd geconfronteerd met de eerste blanken en hun camera’s. Hij noemt zichzelf ” de professor “. Hij spreekt enige woorden Engels en is opzichter in het park.

Janssen schetst de tegenstelling tussen het beeld dat westerse toeristen van Afrika hebben – avontuur en ongerepte natuur – en de werkelijkheid: safari-toerisme. ‘Safari’ vertelt het verhaal van Afrika, en van de reis van Jack Janssen die met zijn neus op de feiten wordt gedrukt: het land dat hij voor ogen had, is een mythe. Maar de film toont ook de veranderingen in de wereld van de Masai. Ouderen blikken nostalgisch terug op vroeger, toen je ” pas goed kon slapen als je een leeuw had gedood “. Tegenwoordig willen kinderen piloot worden in plaats van krijger.

Scenario & regie: Jack Janssen
Camera: Joost van Gelder en Gregor Meerman
Videocamera: Jeroen Kooijmans en Jack Janssen
Geluid: Christine van Roon
Montage: Jan Hendriks

“De kracht van Janssens vertelwijze is het impliciete karakter ervan. De dromen van de Masai ( ” ik zou wel president willen zijn, of piloot” ) vormen een bijtend duet met scènes uit de toeristenbus, waar vooral in digitale camera¹s wordt getuurd. Janssen doet alsof ” Safari ” over Afrika gaat, maar stiekem maakte hij een film over de onvervulbaarheid van verlangens.” (Ronald Ockhuysen in de Volkskrant)

“ ‘Safari’ is een geestig, soms hilarisch, dan weer bitter spel met visuele clichés uit antropoligische films en reisgidsen. Een intelligente montage en ironisch commentaar confronteren de fernweh van de maker met de prozaïsche werkelijkheid .(…) Fraai camerawerk, een eigenzinnige relativering van culturele vooroordelen en een geraffineerde soundtrack maken van “Safari”een aangenaam rommeltje, dat bij nader inzien misschien toch meer structuur heeft dan je in eerste instantie zou denken.” (Hans Beerekamp, NRC Handelsblad)

Als kind zag Jack Janssen (1960) de 8-millimeter filmpjes die zijn vader in de jaren vijftig in Afrika maakte.De oude home movies zijn vermengd met een portret van hedendaagse Masai, die met moeite rond weten te komen in een wildpark.In het Keniase wildpark Amboseli ontmoet Janssen een Masai die als kind werd geconfronteerd met de eerste blanken en hun camera's.Janssen schetst de tegenstelling tussen het beeld dat westerse toeristen van Afrika hebben - avontuur en ongerepte natuur - en de werkelijkheid: safari-toerisme.'Safari' vertelt het verhaal van Afrika, en van de reis van Jack Janssen die met zijn neus op de feiten wordt gedrukt: het land dat hij voor ogen had, is een mythe.